Vliegles
15 september 2026 - Salem, Duitsland
Vandaag rijden we naar Friedrichshafen, naar het vliegveld, om de zeppelins te bekijken. Ze stijgen daar op voor rondvluchten. Het moet prachtig zijn om de Bodensee en omgeving vanuit de lucht te bekijken. Nou ben ik geen fan van vliegen, dus voor mij geen optie. Voor René een heel ander verhaal. Het leek me leuk om voor hem een rondvlucht te boeken, wetende dat ik hem daar een plezier mee zou doen. Totdat we de folder zien met de tarieven. “Joh, voor dat bedrag vlieg ik de hele wereld rond!” was zijn geschrokken reactie. “Of we kunnen er ruim een maand van met de caravan weg.”
Er werd geen ticket gekocht en we lieten ons enigszins teleurgesteld in de terrasstoelen zakken. Dan maar koffie met een stukje appeltaart en wachten op de aankomst van de zeppelin. De koffie en taart waren lekker en het was gezellig druk op het terras. Heel in de verte naderde een zeppelin, dat zou nog wel even duren en ik liep naar de auto om mijn telefoon te halen die daar nog in lag.
Het terras ligt een centimeter of 10 boven de straat, en ik dacht nog, “opletten straks”. Toen ik terugkwam van de auto vloog de zeppelin, of is het varen? al boven het landingsterrein. “Wat gaaf!” en ik tuurde naar het enorme luchtschip. Dat had ik beter niet gedaan. Het stoeprandje ging niet opzij en met een enorme smak landde ik tegelijk met de zeppelin op de bodem. De zeppelin op het zachte gras, ik op de ruwe grindtegels. Daar lag ik tussen de tafeltjes, ik hoorde in de verte stoelen opzij schuiven en even later stond een geschrokken René voor mij. Zo waardig als mogelijk krabbelde ik overeind en lachte als de bekende boer met kiespijn. Pas toen ik weer zat zag ik de flink bloedende schaafwond op mijn linkerknie en de verwonding aan mijn linkerhand.
Na deze mislukte vliegles en het missen van de zeppelin besloten we te wachten op de volgende vlucht. Ondanks een zere knie en gigantisch geknakt ego, was het een mooie ochtend in Friedrichshafen.
Op de terugweg naar de camping doen we boodschappen en bij het inpakken van de boodschappen glipt een beker yoghurt uit René’s hand. Tas, winkelwagen en vloer één grote bende. Voorzichtig rijden we naar de camping, zetten ons daar nog voorzichtiger in de stoelen en verroeren deze dag geen vin meer.



Inderdaad nog wat spierpijn, lopen gaat weer iets beter. Veel spannender hoeft het ook niet te worden deze reis.